no movie? download macromedia flash  

Gitaarpedalen worden over het algemeen gevoed met 9 volt gelijkstroom. Er zijn twee manieren om dit te doen: met een batterij, of met een adapter. Beide hebben voor- en nadelen:

Batterij

Adapter

 

voordelen: 

  • geen extra snoeren en dradenchaos 

  • minder kans op 'aardebrom'(zie bij adapter)

  • niet gebonden aan een stekker of stopcontact.

nadelen:

  • vrij snel leeg (pedalen vragen vrij veel van een 9 volt batterij)

  • duur (de niet oplaadbare varianten beginnen bij zo'n drie euro)

  • onbetrouwbaar: als die leeg is, zit je zonder, niet prettig bij een optreden.

  • wisselen van batterij kost tijd (de distortion-overdrive pedalen die ik aanbied hebben het batterijcompartiment onder de bodemplaat zitten, dit om het geheel zo compact mogelijk te houden )

  • de 'battery-snap', de stekker die je aan de batterij moet bevestigen is vrij kwetsbaar: groot probleem bij alle pedalen, ongeacht merk, is dat deze stekker en de draden eraan vaak na verloop van tijd stuk gaan

  • wanneer een batterij voor een gedeelte is leeggelopen, heeft deze zwakkere spanning een nadelig effect  op het geluid van het pedaal.

 

voordelen:

  • 1-malige aanschaf, dus goedkoop
  • goed tweedehands te vinden
  • betrouwbaar: altijd een gelijkmatige spanning, raakt nooit 'leeg'
  • 'plug & play': geen bodemplaten losschroeven om bij het batterijcompartiment te komen, geen gedoe met battery snaps etc. om stroom op het pedaal te zetten.

nadelen:

  • kans op aardebrom: als je de versterker én de adapter beide op eenzelfde stroomkring aansluit kun je een bromtoon te horen krijgen. Uit eigen ervaring weet ik dat dit niet erg vaak voorkomt, zeker niet bij gebruik van een gestabiliseerde adapter (zie verderop)
  • gebonden aan een stopcontact
  • extra snoeren en draden, iets waar de meeste gitaristen niet dol op zijn.

 

 

Persoonlijk raad ik een adapter aan, en veel hoeven ze niet te kosten: bij de meeste elektronicazaken heb je er al een voor onder de 10 euro, en ga je bij een kringloopwinkel kijken, dan staan daar vaak bakken vol met oude adapters waar vast wel een bruikbare tussen zit. Mocht je een adapter gaan gebruiken, let dan op de volgende zaken:

>>Wisselstroom - gelijkstroom  (AC/DC)

Gebruik ALTIJD een adapter die wisselstroom omzet in gelijkstroom (AC/DC adapters). Gitaarpedalen zijn gebouwd voor gelijkstroom, als je een AC/AC-adapter (die ook bestaan, en die w.b.t. uiterlijk op AC/DC-adapters lijken) op een effectpedaal aansluit overleeft het apparaat dit meestal niet. Wisselstroom is dat wat er direct uit je stopcontact komt, en ook niet ongevaarlijk. Let erop dat het volgende (het rood gemarkeerde) op de adapter staat: 

Daarnaast wordt er ook vaak een Milliampère-waarde (mA) genoemd op een adapter. Voor de Shiny-pedalen kun je in ieder geval toe met een minimale waarde van  200 mA, en aangezien de meeste adapters vanaf 200 of meer mA lopen, zal dit geen problemen geven.

>>Polariteit

De plug die aan de adapter zit heeft een kern en een mantel. Met bovenstaand symbool wordt dit aangegeven. Meestal is de mantel de + en de kern de -, maar bij sommige adapters is het vice versa. Als je een adapter koopt bij de elektrozaak, en je bent niet helemaal zeker of de polariteit klopt (dus: mantel +, kern -), vraag er dan even naar. Koop je er eentje bij de kringloopwinkel, en staat het niet op de adapter aangegeven, test het dan eerst (of laat dit doen) met een multimeter.

>>Gestabiliseerd

Dan nog een laatste belangrijk punt: zorg ervoor dat je bij effectpedalen altijd een gestabiliseerde adapter gebruikt, anders heb je vrij gemakkelijk een bromtoon. Een gestabiliseerde adapter zorgt ervoor dat de spanning altijd gelijk blijft en hiermee voorkom je bijgeluiden. Veel adapters zijn dit standaard, maar bij aanschaf het even navragen kan geen kwaad.

 

sitemap