

|
Een
gitaar exact zuiver afstellen, dus zodanig dat je op alle posities
de perfecte C, D, A, F#, of welke noot dan ook kunt spelen is
onmogelijk. Er zullen altijd imperfecties zijn, hoe hoog de kwaliteit
van het instrument ook is. Een volledig en exact zuiver afgestelde
gitaar bestaat niet. Wel is het mogelijk om een gitaar dusdanig af te
stellen dat je over alle posities vrijwel zuivere noten kunt
spelen, althans: voor het menselijk oor lijken ze zuiver. Daarnaast is
er nog zoiets als de 'actie' van een hals. Hiermee wordt bedoeld de
afstand tussen de snaar en de hals. Veel gitaristen willen een zo laag
mogelijke actie, reden is natuurlijk dat het een stuk lichter speelt als
je de snaar amper hoeft in te drukken. Nadeel van een lage actie is dat
de kans op snaren die tegen de fretten kletteren een stuk groter is ('buzzen'
genaamd). Een hoge actie is daarentegen misschien zwaarder te bespelen,
maar heeft wel als voordeel dat je noten meer sustain krijgen, en dat
het 'benden' van de snaar een stuk effectiever is.
Het
gaat er dus om de gulden middenweg te vinden tussen enerzijds je eigen
wensen en de mogelijkheden van de gitaar en hals.
Voor
het afstellen heeft een (elektrische) gitaar een aantal
afstelmogelijkheden, de eerste is de halspen of truss-rod genaamd. Dit
is een metalen pen die je aan een zijde doormiddel van een moer kunt
aandraaien. De spanning op deze metalen pen bepaalt de bolling of
verdieping van de hals. De tweede is het (toonzuiver)afstellen van de
mensuur doormiddel van het afstellen van de brug en de brugzadels.
Afstellen
van de hals doormiddel van truss-rod/halspen
Zoals
al eerder geschreven: een kaarsrechte gitaarhals is niet goed
bespeelbaar, een goed afgestelde gitaarhals heeft een glooiend
verlopende verdieping met het diepste punt in het midden van de hals,
verloopt dan in een 'kaarsrecht' stuk om bij de laatste 4 a 5 posities
licht weg te buigen naar de body.
Reden
hiervoor is dat de snaar bij aanslag op zo'n wijze trilt dat die ter
hoogte van het midden van de hals de grootste vibratie heeft, en daar
dus ook de meeste ruimte nodig heeft om niet tegen de fretten te slaan
('buzzen')
Een
halspen afstellen vraagt om een paar voorzorgsmaatregelen, de
belangrijkste is: DRAAI NOOIT MEER DAN 1 KWART de halspen vaster of
losser. De hals is van hout, en te veel druk of drukvermindering kan het
hout vervormen (of erger: breken). Daarnaast moet de hals zich na het
draaien 'zetten', oftewel: het hout moet zich naar de nieuwe druk
vormen. Om duidelijkheid te krijgen of de aanpassing aan de halspen het
effect heeft dat je wilde moet je hoe dan ook minimaal een uur of 12
wachten, en beter nog een hele dag.
DRAAI
DUS NOOIT OF TE NIMMER DE HALSPEN VERDER DAN 1 KWART AAN, WACHT ALTIJD
12 TOT 24 UUR VOOR EEN VOLGENDE AANPASSING.
Er
zijn grofweg drie afwijkingen in een gitaarhals aan te geven waarbij het
verstellen van de halspen nodig kan zijn, dit zijn:
-
De
'Up Bow', waarbij de hals te veel naar boven buigt.
-
De
'Back Bow', waarbij de hals naar beneden weg buigt.
-
Bij
een 'kaarsrechte hals', waarbij de hals geen enkele bolling of
verdieping heeft en dus op de juiste plekken (het midden van de
hals) geen ruimte geeft aan de snaartrilling.
De
afbeeldingen hierboven zijn uiteraard overdreven weergaven. Meestal is
het niet direct te zien of je hals nu een up- of een back bow
heeft. De manier om dit vast te stellen is eenvoudig: kijk van een
kleine afstand tegen de zijkant van de hals en volg het verloop van de
snaar t.o.v. de toets. Meestal wordt het zo vrij snel duidelijk. Is het
op deze wijze nog niet goed zichtbaar, en heb je nog steeds het idee dat
de hals niet prettig speelt, dan kun je zogenaamde 'voelermaten'
gebruiken. Dit zijn metalen plaatjes die meestal in setjes worden
verkocht. Elk plaatje heeft een exacte dikte. Steek deze tussen fret en
snaar en vergelijk de afstanden tussen deze twee punten over de gehele
hals.
Zoals
hierboven al gezegd: draaien aan de halspen dien je voorzichtig en met
beleid te doen: draai nooit meer dan 1 kwart per keer, en wacht daarna
minimaal 12 uur om het hout de kans te geven zich 'te zetten'.
Kloksgewijs of tegen de klok in draaien heeft de volgende effecten:
Met
de klok mee zet je de halspen vaster waardoor de hals naar beneden
trekt.
tegen
de klok in draait de halspen losser en laat de hals naar boven trekken.
Afstellen mensuur
(octaaf zuiver maken) d.m.v. brug- en brugzadels
De
tweede afstelmogelijkheid van een gitaar vind je bij de brug en de
brugzadels.
De
meeste elektrische gitaren hebben een in hoogte verstelbare brug met
daarop de brugzadels die op hun beurt los van elkaar in de lengte
richting zijn te verstellen.
Om
te begrijpen hoe je doormiddel van deze twee instelmogelijkheden de
gitaar zuiver kunt afstellen, is het nodig om het begrip 'mensuur' te kennen.
Mensuur
is volgens de boekjes de 'effectieve lengte van de trillende snaar', wat
inhoudt dat bijv. de A-snaar op de gitaar exact die lengte,
spanning en dikte heeft waardoor bij aanslag een A klinkt. De dikte van
de snaar wordt bepaald door de fabrikant, dus daar hoef je verder niets
aan te doen. Alleen de spanning en de lengte bepaal je zelf. De spanning
doormiddel van het stemmen van de snaar met de stemmechanieken, en de
lengte d.m.v. de brug en de brugzadels.
Het
afstellen van brug en brugzadels doe je met behulp van het volgende
feit:
Bij
bijv. een A snaar met de juiste spanning, dikte en lengte klinkt er als
je los de snaar aanslaat een A, druk je nu de snaar in op de 12e
positie (als het goed is, knelt de snaar nu af op de 12e fret, en zit
die exact in het midden van de gehele snaarlengte), dan hoor je opnieuw
een A, alleen exact 1 octaaf hoger. Als de snaar los aangeslagen een
zuivere A geeft, maar op de 12e positie hoger of lager dan een A
klinkt, betekent dit dat de mensuur niet zuiver is afgesteld. Dit stel
je af doormiddel van de brugzadels

Ga
als volgt te werk:
-
Bepaal
eerst de brughoogte. Stel deze in op zo'n wijze dat je over de hele
hals zo min mogelijk kletterende/buzzende snaren hebt, en de snaren,
van de Lage E tot de Hoge E, overal de zelfde hoogte tot de toets
hebben. (Een hoge of lage actie is een kwestie van smaak, dus
vuistregel: stel de brug zo in dat JIJ prettig speelt). Let erop dat
je de snaren na elke bijstelling stemt (ook al klinkt de snaar nog
niet overal zuiver).
-
Nu
is het noodzakelijk om een stemapparaat te gebruiken. Sluit deze
aan, en sla de Lage E snaar aan. Zorg er - nogmaals - voor dat deze
exact zuiver is gestemd. Druk nu de Lage E in op de 12e positie, en
sla nogmaals aan. Als de snaar ook hier
een zuivere E geeft, is de snaar op het hele octaaf zuiver. Zit de
noot hier onder de E, dan moet de snaar korter worden afgesteld
(waardoor hij hoger zal klinken #),
en schroef je het zadel in de richting van de topkam. Klinkt de noot
te hoog, dan vice versa: de snaar moet langer worden afgesteld
(waardoor hij lager zal klinken b) en schroef het zadel
de andere kant op. Uiteraard
dien je na elke verstelling van de zadels de snaar opnieuw te
stemmen.
-
Herhaal
dit bij elke snaar totdat ze allemaal zowel los als op de 12e
positie een zuivere E, A, D, G, B of Hoge E geven. Controleer hierna
nogmaals alle snaren nog een keer, en als het goed is, is de mensuur
nu (bijna) goed afgesteld.
-
Nu
komen de imperfecties van een gitaarhals om de hoek kijken. Je hebt
nu op alle 12e posities een zuivere noot, maar de kans is groot dat
bijv. een G-snaar zowel los als op de 12e positie een zuivere G
geeft, maar op de 5e geen zuivere C en op de 19e positie geen
zuivere D. Dit kan komen door een verlopen fret, een kleine
plaatselijke kromming in de hals, een versleten toets of wat dan
ook. Heb je nu dus snaren die op sommige punten niet helemaal zuiver
klinken, dan kun je opnieuw d.m.v. de zadels fijn af te stellen de
'gulden middenweg' proberen te bereiken. Oftewel: stel de zadels zo
in dat de onzuiverheid over de gehele hals zo min mogelijk te horen
is. Je kunt hierbij concessies doen door je af te vragen of het wel
zo belangrijk is dat bijv. je D-snaar op de 16e fret wel een zuivere
Fis geeft.
|